Er bestaat een soort woonkamer die op elke foto goed werkt en in het echt niet. De kleuren kloppen, de bank is mooi, de lamp is precies wat je zocht, en toch gaat iedereen op dezelfde plek zitten en staat de salontafel altijd net verkeerd. In negen van de tien gevallen ligt dat niet aan de smaak maar aan de maten. Een kamer is een verzameling afstanden, en die afstanden bepalen of je er soepel doorheen loopt, of je je koffie kunt neerzetten zonder voorover te duiken, en of een gesprek vanzelf gaat of dat je moet roepen.
Ik meet daarom liever een middag te lang dan dat ik een bank bestel die twintig centimeter te diep is. Onderstaande richtmaten zijn geen wet, maar ze komen wel steeds terug in kamers die prettig aanvoelen. Wijk je ervan af, doe dat dan bewust en niet omdat de aanbieding toevallig zo uitkwam.
De afstanden waar het meestal misgaat
| Wat | Richtmaat | Waarom die maat |
|---|---|---|
| Bank tot salontafel | 40 tot 45 cm | Je kunt je glas pakken zonder op te staan, en je knieen passen er nog langs |
| Hoofdlooppad door de kamer | 90 cm | Twee mensen passeren elkaar zonder zijwaarts te schuiven |
| Bijpad, bijvoorbeeld langs een fauteuil | 60 cm | Genoeg voor een persoon met een dienblad |
| Zithoogte van bank of fauteuil | 42 tot 45 cm | Opstaan zonder je af te zetten, ook als je een keer je rug hebt verrekt |
| Zitdiepte | 55 tot 60 cm voor rechtop zitten, 90 cm en meer voor onderuitzakken | Een diepe bank is heerlijk om te liggen en beroerd om in te eten |
| Hoogte salontafel | Gelijk aan de zithoogte of iets lager | Een tafel die hoger is dan je zitting duwt de kamer visueel dicht |
| Bijzettafel naast een fauteuil | Op armleuninghoogte | Je zet er blind iets op, dat lukt alleen als de hoogte klopt |
| Afstand oog tot televisie | Ongeveer twee keer de beeldbreedte | Verder weg en je mist detail, dichterbij en je zit met je hoofd te draaien |
De maat die het vaakst wordt genegeerd staat bovenaan: die veertig centimeter tussen bank en salontafel. Zet je de tafel op zestig, dan moet iedereen voorover hangen om iets neer te zetten, en dat merk je pas na een week of drie. Zet je hem op vijfentwintig, dan schuur je met je scheenbeen langs de rand elke keer dat je opstaat. Het is een smalle marge, en juist daarom is het de moeite waard om hem met een rolmaat te controleren voordat de tafel binnenkomt.
Loop eerst, ga daarna pas zitten
Een kamer indelen begint niet bij de bank maar bij de route. Teken in gedachten de lijnen die je dagelijks loopt: van de deur naar de keuken, van de deur naar de tuindeuren, van de bank naar de gang. Die lijnen mogen nergens dwars door een zitgroep heen snijden. Zodra dat wel gebeurt, staat er iemand permanent in het beeld van wie er zit, en voelt de kamer onrustig zonder dat je kunt aanwijzen waarom.
Negentig centimeter voor een hoofdroute klinkt royaal, en in een klein huis is het dat ook. Maar er is een verschil tussen een route waar je doorheen loopt en een plek waar je langs schuift. Langs de zijkant van een fauteuil mag zestig centimeter, langs de kop van een eettafel wil je meer, want daar schuiven ook stoelen naar achteren. Reken op vijfenzeventig tot tachtig centimeter achter een eetkamerstoel om er comfortabel uit te kunnen, en op ongeveer een meter als er ook nog iemand achterlangs moet kunnen lopen terwijl er gegeten wordt.
In kleine kamers werkt het beter om een route te verplaatsen dan om alle meubels een maatje kleiner te kopen. Een bank die met de rug naar de doorloop staat maakt vaak meer ruimte vrij dan een kleinere bank die tegen de muur blijft plakken. Ik schreef eerder over de indeling van een kleine woonkamer, en dat komt eigenlijk altijd op hetzelfde neer: kies welke route heilig is en offer de andere op.
Wat er aan de muur en aan het plafond hangt
Voor alles wat boven ooghoogte hangt gelden weer eigen maten, en die worden nog vaker uit de losse pols bepaald.
| Wat | Richtmaat | Meet vanaf |
|---|---|---|
| Midden van een schilderij of fotolijst | 145 tot 150 cm | De vloer, want dat is ooghoogte voor de meeste mensen die staan |
| Kunst boven een bank | 15 tot 25 cm boven de rugleuning | De bovenkant van de rugleuning, niet de vloer |
| Hanglamp boven de eettafel | 70 tot 80 cm | Het tafelblad, zodat je elkaar aankijkt en niet in de lamp |
| Hanglamp boven een salontafel | Hoger dan je hoofd als je staat | De vloer, dus minimaal ongeveer 200 cm |
| Wandlamp naast een leesstoel | Lichtbron net onder ooghoogte in zittende houding | De zitting |
| Gordijnrail | Zo dicht mogelijk bij het plafond | Het plafond, niet het kozijn |
Die honderdvijftig centimeter voor het midden van een lijst is de maat die het meest oplevert en het minst kost. In de meeste huizen hangt kunst te hoog, vaak omdat mensen hem ophangen terwijl ze ervoor staan met hun armen omhoog. Ga een stap terug en het klopt niet meer. Boven een bank geldt de rugleuning als vertrekpunt, anders ontstaat er een gat van een halve meter waarin het schilderij lijkt te zweven.
Bij de hanglamp boven de eettafel gaat het niet alleen om de hoogte maar ook om wat eronder gebeurt. Een lage lamp maakt een tafel intiem, maar alleen als het licht warm is en de rest van de kamer meedoet. Een enkel felle pendel boven een verder donkere kamer levert een soort verhoorkamer op. In het verlichtingsplan met drie lagen licht staat uitgewerkt hoe je die lagen verdeelt, en de hoogte van de pendel is daarin gewoon een van de knoppen waaraan je draait.
Meten met tape, niet met een tekening
Een plattegrond op schaal is nuttig, maar hij liegt over hoe groot iets voelt. De eenvoudigste methode kost een rol schilderstape en een half uur. Plak de omtrek van de bank, de tafel en de kast op de vloer, precies op de plek waar ze zouden komen. Loop er dan een dag omheen. Je merkt binnen tien minuten of het looppad klopt, en je ziet meteen of de kast de deur blokkeert.
Voor grote stukken werkt karton nog beter. Knip het formaat van het tafelblad uit oude verhuisdozen en leg het op vier stapels boeken op de juiste hoogte. Het ziet er belachelijk uit en het voorkomt aankopen van duizend euro waar je in stilte spijt van hebt. Meet daarbij ook de route naar binnen: de breedte van de voordeur, de bocht in het trapgat, de diepte van de lift. Een bank die perfect past in de kamer maar niet door de gang komt is geen designprobleem maar een logistiek probleem, en het gebeurt vaker dan je denkt.
Neem in dezelfde beweging de dingen mee die je pas later voelt. Hoe diep steekt de stoel uit als iemand achterover leunt? Kun je de la van het dressoir helemaal opentrekken zonder tegen de bank te stoten? Draait de deur van de kast open in een pad dat je dagelijks loopt? Dat zijn geen maten die op een productpagina staan, maar ze bepalen wel of een meubel meewerkt of tegenwerkt.
Wanneer je van de richtmaten afwijkt
Richtmaten zijn een gemiddelde van mensen, en jij bent dat gemiddelde niet. Ben je lang, dan zit je op vijfenveertig centimeter prettiger dan op tweeenveertig, en wil je een diepere zitting. Woon je met iemand die slecht ter been is, dan wint een hogere en stevigere zitting het van een lage lounge, hoe mooi die laatste ook staat. Heb je kinderen, dan is de scherpe hoek van een salontafel op precies hoofdhoogte een maat die niemand op een tabel zet maar die je een jaar lang bezighoudt.
Ook de stof telt mee in dit rekensommetje, al lijkt dat er los van te staan. Een bank die je vanwege de maten precies in het looppad zet, krijgt jarenlang schouders en jassen langs de zijkant. Dan is de slijtvastheid van de bekleding ineens geen detail meer, en is het handig om te weten wat de Martindale-waarde van meubelstof je precies vertelt voordat je voor het mooiste weefsel in de winkel kiest.
Wat ik zelf het lastigst blijf vinden, is dat kloppende maten nooit vanzelf een mooie kamer opleveren. Ze leveren een kamer op die niet in de weg zit, en dat is iets anders. De sfeer komt daarna, van licht, van materiaal, van dingen die ergens vandaan komen. Maar het omgekeerde bestaat niet: een kamer waarin de afstanden niet deugen, praat je met geen enkele kleur goed. Begin dus met de rolmaat, en laat de smaak het laatste woord hebben in plaats van het eerste.
